هیچ محصولی در سبد خرید نیست.
/27 زمان این آزمون 25 دقیقه می باشد. زمان آزمون به اتمام رسید. The number of attempts remaining is 12 Name & Familyایمیل 1.Sara, heb ………. misschien het telefoonnummer van Ali? je jouw 2.Wij gaan op vakantie en ……….. kind blijft bij mijn ouders. onze ons 3.Ali houdt wel van koffie maar ……. gebruikt niet veel suiker in de koffie. zijn zij hij 4.Zij heeft een buurman en de buurman gaat elke dag met ……. hond naar het park. zijn haar hun 5.Wij hebben een probleem in …….. huis. onze ons 6.Mogen …….... binnenkomen? zij hij ik 7.Hebben ……… zin in soep? hun je jullie 8.Wat hebben jullie voor ………… kinderen gekocht? jullie je jouw 1.Ik ………… heel goed Nederlands. spreken spreek spreekt 3.Wij ………….. Nederlands in deze cursus. leeren leren 4. ...... je het geluid? hoort hoor horen 5.…………. u maar eens over u vakantie. vertel vertelt 6.Ali ……… mijn oudste broer. hebt zijn heeft is 7.Wie ……… dit boek. heeft is hebt 8. .………. maar even. zitten zit 2.…………… begint de nieuwe cursus? بررسی 3.…………… gaan we naar het feest? بررسی 4.……………. luister je niet naar je moeder? بررسی 5.……………. boek vind je het best? بررسی D. Hoe laat is het? 1.12:35 Het is vijf over half een. Het is vijf over half twaalf. Het is vijf voor half een. 2.16:20 Het is tien over half vijf. Het is tien over half vier. Het is tien voor half vijf. Het is tien voor half vier. E. Vul in met de juiste prepositie. 1.…….. maart gaan we trouwen. بررسی 2.Waarom ga je …… maandag niet naar school? بررسی 3.Want ik heb ….. 23ste om 18:00 uur een afspraak. بررسی F. Vul in met het juiste adjectief. 1.Wie kan me met deze ………. tekst helpen?(سخت) بررسی 2.Wat doe je …….. weekend?(بعدی) بررسی 3.Hoe vaak ga je naar dat …….. strand?(بزرگ) بررسی امتیاز شما 0% توسط Wordpress Quiz plugin
زمان این آزمون 25 دقیقه می باشد.
زمان آزمون به اتمام رسید.
The number of attempts remaining is 12
1.Sara, heb ………. misschien het telefoonnummer van Ali?
2.Wij gaan op vakantie en ……….. kind blijft bij mijn ouders.
3.Ali houdt wel van koffie maar ……. gebruikt niet veel suiker in de koffie.
4.Zij heeft een buurman en de buurman gaat elke dag met ……. hond naar het park.
5.Wij hebben een probleem in …….. huis.
6.Mogen …….... binnenkomen?
7.Hebben ……… zin in soep?
8.Wat hebben jullie voor ………… kinderen gekocht?
1.Ik ………… heel goed Nederlands.
3.Wij ………….. Nederlands in deze cursus.
4. ...... je het geluid?
5.…………. u maar eens over u vakantie.
6.Ali ……… mijn oudste broer.
7.Wie ……… dit boek.
8. .………. maar even.
2.…………… begint de nieuwe cursus?
3.…………… gaan we naar het feest?
4.……………. luister je niet naar je moeder?
5.……………. boek vind je het best?
D. Hoe laat is het?
1.12:35
2.16:20
E. Vul in met de juiste prepositie.
1.…….. maart gaan we trouwen.
2.Waarom ga je …… maandag niet naar school?
3.Want ik heb ….. 23ste om 18:00 uur een afspraak.
F. Vul in met het juiste adjectief.
1.Wie kan me met deze ………. tekst helpen?(سخت)
2.Wat doe je …….. weekend?(بعدی)
3.Hoe vaak ga je naar dat …….. strand?(بزرگ)
امتیاز شما