23

Nederlands in actie H1

1 / 28

Klik op het goede antwoord.

1. Kan ik al solliciteren … ik klaar ben met mijn studie

2 / 28

2. Beate was te laat … ze het bericht niet had gelezen.

3 / 28

3. Ik wil hier even naar binnen … ik wil een tijdschrift kopen.

4 / 28

4. Martin werkte in een café … hij studeerde.

5 / 28

5. In een musical moet je kunnen zingen … je danst.

6 / 28

6. We eten vaak samen … we naar de kroeg gaan.

7 / 28

7. Wat betekent dit woord : Indrukwekkend

8 / 28

8. Wat betekent dit woord: Publiceren

9 / 28

Vul de juiste prepositie in.

1. Heb je nog veel contact…… je oude collega’s?

10 / 28

2. Hij heeft spijt … zijn keuze om kok te worden.

11 / 28

3. Natalie heeft een hekel …..mensen die te laat komen.

12 / 28

4. Claudia wil iets vertellen ….. haar studie.

13 / 28

5. We praten heel vaak ……….. onze dromen en plannen.

14 / 28

6. Ze droomt …. een iPad, maar die is te duur voor haar.

15 / 28

7. Heb je nog ….. Natascha gepraat deze week?

16 / 28

Zet de zinnen in het perfectum. Let ook op hebben en zijn.

1. doen
Wat ……..je in het weekend….. ?

17 / 28

2. houden
Franka….. die man op afstand……. .

18 / 28

3. krijgen
………. je al bericht over je sollicitatie……….. ?

19 / 28

4. liggen
Zaterdag …. ik de hele dag in bed ………….. .

20 / 28

5. nemen
Gerard…….. die baan niet ……...

21 / 28

6. spreken
De onderzoekers ….. lang met de jongeren……… .

22 / 28

Je bent weer te laat. Wat is dit keer de……… .

23 / 28

Kan het beetje rustiger? Jullie maken veel…….

24 / 28

Hij altijd heel geduldig. Dat vind ik een goede…………

25 / 28

Ik snap niks van instructie. Ik vind dat heel……….

26 / 28

Ik ben ………..trots op mijn familie.

27 / 28

soms is het moeilijk om……….te blijven.

28 / 28

Mijn weekend was heel saai. Ik heb niet veel……………