هیچ محصولی در سبد خرید نیست.
Nederlands in actie H1
1 / 28
Klik op het goede antwoord.
1. Kan ik al solliciteren … ik klaar ben met mijn studie
2 / 28
2. Beate was te laat … ze het bericht niet had gelezen.
3 / 28
3. Ik wil hier even naar binnen … ik wil een tijdschrift kopen.
4 / 28
4. Martin werkte in een café … hij studeerde.
5 / 28
5. In een musical moet je kunnen zingen … je danst.
6 / 28
6. We eten vaak samen … we naar de kroeg gaan.
7 / 28
7. Wat betekent dit woord : Indrukwekkend
8 / 28
8. Wat betekent dit woord: Publiceren
9 / 28
Vul de juiste prepositie in.
1. Heb je nog veel contact…… je oude collega’s?
10 / 28
2. Hij heeft spijt … zijn keuze om kok te worden.
11 / 28
3. Natalie heeft een hekel …..mensen die te laat komen.
12 / 28
4. Claudia wil iets vertellen ….. haar studie.
13 / 28
5. We praten heel vaak ……….. onze dromen en plannen.
14 / 28
6. Ze droomt …. een iPad, maar die is te duur voor haar.
15 / 28
7. Heb je nog ….. Natascha gepraat deze week?
16 / 28
Zet de zinnen in het perfectum. Let ook op hebben en zijn.
1. doen Wat ……..je in het weekend….. ?
17 / 28
2. houden Franka….. die man op afstand……. .
18 / 28
3. krijgen ………. je al bericht over je sollicitatie……….. ?
19 / 28
4. liggen Zaterdag …. ik de hele dag in bed ………….. .
20 / 28
5. nemen Gerard…….. die baan niet ……...
21 / 28
6. spreken De onderzoekers ….. lang met de jongeren……… .
22 / 28
Je bent weer te laat. Wat is dit keer de……… .
23 / 28
Kan het beetje rustiger? Jullie maken veel…….
24 / 28
Hij altijd heel geduldig. Dat vind ik een goede…………
25 / 28
Ik snap niks van instructie. Ik vind dat heel……….
26 / 28
Ik ben ………..trots op mijn familie.
27 / 28
soms is het moeilijk om……….te blijven.
28 / 28
Mijn weekend was heel saai. Ik heb niet veel……………
امتیاز شما